Archive for ADHD

Aandacht te kort?

Ik had steeds al moeite om te begrijpen dat de afkorting van ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) staat voor aandacht tekort, in de zin van, je aandacht er niet bij kunnen houden.
Ik dacht al vanaf het begin, jee, dat je het gebrek aan echt gezien worden en aandacht tekort komen, zo kunt zien/meten en dat het een ‘disorder’ vormt.
En elke keer dat ik een nieuwe client zie, denk ik, ik had gelijk. De client voelt zich niet werkelijk gezien, gehoord, noch begrepen, met name in de jongste jaren. Wat een groot belang dat dat wordt ingelost. Dat er de werkelijke ontmoeting kan plaatsvinden en dat er getuigenis ontstaat, getuigenis van een waardevol leven.

Leave a comment »

ALLE STEMMEN IN JE HOOFD…

ALLE STEMMEN IN JE HOOFD…

In het gesprek voor de opstelling geeft ze aan het niet te weten. Ze weet niet welke elementen er in de opstelling gezet moeten worden. Want het is een kakofonie van stemmen die allemaal gelijk hebben, of tenminste, een goeie reden hebben om juist dát te willen zeggen.

stemmen7

De begeleider stelt voor om voor al die stemmen afzonderlijk iemand als representant te kiezen. Wat een kudde mensen! Een eindeloos gedoe, rumoer, onrust en chaos werd meteen zichtbaar. Onmogelijk om zo, met al die stemmen, een besluit te nemen, een richting te kiezen, een doel na te streven, te voelen wat goed is voor haar, te weten wat de volgende stap is, zichtbaar te hebben wat haar bijdrage is, wat haar missie is, welke aarde van het grootste belang is.

stemmen2
Ze kijkt er naar en moet lachen. Dit kent ze. Zo gaat het altijd. Maar het raakt ook, want zo gaat het dus altijd. Dat er onrust is, het niet weten. Als ze zelf in de opstelling gaat staan wordt de beweging zichtbaar. Alle stemmen wil ze aandacht geven, maar het zijn er teveel. Het wordt teveel. Het stokt. Ook de adem. Ze is doodmoe. De loyaliteit aan vader komt voorbij. Het stokt.

 

Pas als ze alle stemmen vanuit haar positie recht in de ogen kijkt, in stilte en rust kijkt, komt er samenhang. Ze neemt leiding. Daar is duidelijk moed voor nodig. Want kijken, écht kijken, doet ook voelen, pijn voelen, beseffen, van wat het gemis is, wat het verlangen is, waar de schoen wringt. Daar is tijd en rust voor nodig en tenminste empathie met het Zelf.

stemmen5  stemmen6  stemmen3

Zo ontstaat de rust, de stemmen voelen zich gezien en de buitenwereld kan weer aanhaken, ze wordt weer zichtbaar, Zij wordt zichtbaar. Energie kan weer stromen.

stemmen4

 

Wil jij ook eens een familieopstelling? Neem contact op en plan jouw datum, info@inzich-t.nl

Data voor familieopstellingen met thema ADHD en ADD:

  • Zondag 15 juni 2014 van 12:30 tot 17:30 uur
  • Dinsdag 16 september 2014 van 19:00 tot 22:30 uur
  • Zondag 14 december 2014 van 12:30 tot 17:30 uur

 

 

 

 

 

 

 

Leave a comment »

ADHD en ADD training start 24 mei 2014

Je kunt je nog inschrijven voor de training voor volwassenen met ADHD of ADD.
Een innerlijk reis van 10 dagdelen met gelijkgestemden.
Het resultaat mag er zijn: meer rust en acceptatie van wie jij bent. Jij bent OK en hebt het recht te zijn wie je bent.
Lees er hier alles over: ADHD training

Leave a comment »

ADHD en ADD training voor volwassenen…

Wat leer je nou in zo’n training?

Het is een training van 10 dagdelen waarin:
je jezelf leert kennen, beter bij jezelf kunt blijven, jezelf leert waarderen, je kwaliteiten naar voren durft te halen, je leert dat je meer bent dan ADHD of ADD, je identificatie met je symptomen wordt minder, je krijgt handvatten voor elke dag, je wordt nog meer tevreden, je ziet het lichter in, je weet welke stemmen je ondermijnen, je komt meer in contact met je gevoel……
enzovoort enzovoort…

Je hebt nog 2 dagen om je op te geven! Want op 31 oktober 2013 start er weer een.
Uiteraard is het in het voorjaar ook weer een kans!

Lees hier meer: http://www.inzich-t.nl/trainingadhd.htm

Leave a comment »

Accepteren

Ik schreef gisteren een nieuwsbrief over “accepteren”.
Ook voor iemand met ADHD of ADD is acceptatie van groot belang.
Vaak is er teleurstelling over wat we allemaal hadden willen doen en bereiken in ons leven, maar niet is gelukt. De vraag blijft dan ook, wat willen we eigenlijk van en voor onszelf. Hebben we ons willen aangesloten op wie we zijn, of proberen we te beantwoorden aan een opgelegd visioen wat voor een ander bestemd was, of misschien niet eens kan bestaan, want voor niemand haalbaar.

Tja, hoe dan ook, ons leven is ons leven. Daar kunnen we steeds “tegen” zijn, maar probeer maar eens uit wat het je oplevert als je “voor” besluit te zijn. Voor jezelf, voor jouw verdriet, voor jouw onmacht, jouw pijn, maar ook voor jouw kwaliteiten, voor jouw achtergrond, voor jouw eigenheid, voor wie jij in wezen bent…

Link naar de nieuwsbrief: Nieuwsbrief

Leave a comment »

ADHD komt net zo vaak voor bij ouderen als bij kinderen

ADHD net zo vaak bij ouderen als bij kinderen

ma 10 sept 2012

Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) is een aandoening die vooral in het nieuws is met betrekking tot kinderen. Maar nieuw onderzoek stelt vast dat ook zestigplussers last kunnen hebben van de stoornis met symptomen als hyperactiviteit, impulsiviteit en een korte aandachtsspanne.  Onderzoeksleidster Marieke Michielsen: “ADHD komt voor bij 3 tot 7 procent van kinderen in de schoolleeftijd, en bij 4.4 procent van de volwassenen. Er is echter weinig bekend over ADHD bij ouderen en dit is het eerste epidemiologische onderzoek naar dat verschijnsel.”

Onderzoek ADHD bij ouderen
In het onderzoek werden 1.494 mensen tussen de 60 en 94 via een enquête gescreend op ADHD. De 231 mensen die de meeste symptomen vertoonden werden uitgenodigd voor een diepgaander onderzoek. Naar aanleiding van de resultaten wordt geschat dat 2.8 % van de oudere volwassenen in Nederland ADHD heeft: ongeveer 95.000 mensen. Dit aantal is bijna gelijk aan het aantal kinderen dat de diagnose ADHD krijgt. ‘Jongere’ ouderen tussen de 60 en 70 rapporteerden beduidend meer symptomen (4%) dan ‘oudere’ ouderen van tussen de 70 en 94 (2.1%).

Psycholoog Marieke Michelsen van het PsyQ Expertise Centre Adult ADHD in Den Haag zei dat er meerdere verklaringen mogelijk zijn voor het feit dat ADHD minder voorkomt bij mensen over de 70: “Het kan zijn dat de symptomen van ADHD verdwijnen bij hoge leeftijd. Ook is het mogelijk dat het diagnostische interview dat gebruikt werd niet subtiel genoeg was om ADHD op te sporen bij mensen boven de 70, of het kan zelfs zo zijn dat mensen met ADHD een lagere levensverwachting hebben dan mensen zonder ADHD.”

Gevolgen van ADHD
Het onderzoek beschrijft hoe volwassenen met ADHD vaak onder hun intellectuele niveau weken, relatieproblemen hebben, problemen hebben met het organiseren van hun dagelijks leven, grotere kans lopen op het krijgen van een ongeluk en vaker asociaal gedrag vertonen dan volwassenen zonder ADHD. Eerdere onderzoeken nar ADHD bij kinderen en volwassenen hebben gesuggereerd dat ADHD meer voorkomt bij mannen dan vrouwen. In dit onderzoek gaven mannen en vrouwen echter evenveel ADHD symptomen aan.

Er is nog niet veel bekend over de risicofactoren voor het krijgen van ADHD. Volgens het Trimbos Instituut lopen kinderen waarvan de moeder tijdens de zwangerschap een hoge bloeddruk had, rookte of dronk wel een hoger risico, net als kinderen die te vroeg zijn geboren met een te laag geboortegewicht. Het gebruik van suiker is geen factor voor gedragsproblemen bij kinderen.

ADHD kan niet genezen worden, maar wel in goede banen geleid worden met therapie en medicatie. Zo is het mogelijk om met ADHD toch een succesvol en gestructureerd leven te leiden.

Bron: Healthylives.nl

Comments (2) »

Ken Robinson zegt dat scholen creativiteit vermoorden

Als we het hele wezen van het kind waarnemen en stimuleren komen er gezondere kinderen met meer diversiteit en creativiteit…

Sir Ken Robinson pleit vermakelijk en zeer bewogen voor een onderwijssysteem dat creativiteit koestert in plaats van ondermijnt

Kijk hier naar de video

Leave a comment »

Update trainingsdata najaar 2012

De laatste van mogelijkheid dit jaar: de training “In je dak, uit je dak” voor volwassenen met ADD en ADHD, start op 22 september.

Wanneer je zelf een groep van 6-10 deelnemers kunt samenstellen, kan natuurlijk ook in overleg eigen data en plaats gekozen worden.
Als je de training hebt gevolgd kun je deelnemen aan de doorgaande jaargroep, zo kun je je blijven verdiepen.
Voor alle oud-cursisten is het overigens open om de training nogmaals bij te wonen om een verdieping te maken of om een volgend aspect te onderzoeken. Hiervoor krijg je 25% korting op de prijs. Stuur je mail naar info@inzich-t.nl als je hiervoor voelt.
Uiteraard ben je van harte welkom, ook zonder dat je ADD of ADHD hebt, voor een counsellingtraject.
 
Je kunt bij INZICH-T een Familieopstelling doen op aanvraag. Als er zich 2 vraagsteller hebben gemeld, dan organiseer ik in samenspraak een datum, tijdstip en lokatie. Net zo makkelijk en precies zoals het jou uitkomt. 
 
Ook bij INZICH-T is er de mogelijkheid begeleiding via het internet te krijgen. Zowel Skype, mail, chat als telefoon (vaste lijn) is mogelijk. Lees hier een artikel uit nu.nl over E-coaching. Een bijgewoond symposium en diverse literatuur hebben mij overtuigd, zo nu ook de praktijk. Resultaten met huidige cliënten zijn tot nu toe goed. 

Voor meer informatie: www.inzich-t.nl

Leave a comment »

Ben je er of ben je er niet?

In ons dagelijk leven zijn er nogal wat prikkels. Ga maar eens een zaterdagmiddag naar de stad, of kijk een spannende film, of zit eens op een terrasje of voer een gesprek met je lief. Voortdurend krijgen we geluiden, beelden, geuren, non-verbale communicatie en energiën op ons af. Gelukkig maar dat ze niet allemaal binnen komen, we filteren er zelf al heel veel weg. Naast die vuurregen van prikkels van buiten zijn er ook nog de interne prikkels, zoals honger, angst, blijdschap, hoofdpijn, onmacht en allerlei andere sensaties. Daarbij kun je je natuurlijk afvragen, wat was er eerder, de prikkel van buiten of van binnen? Soms is de prikkel van binnen een reactie op de prikkel van buiten. Misschien is dat wel meestal zo, ook al denk je van niet.

Sta er maar eens bij stil wat er in je gebeurt als iemand een opmerking maakt of er iets anders gebeurt waar je door geraakt wordt. Je voelt dat er iets onbenoembaars van binnen verschuift. Is het de stemhoogte, de woordkeuze, de houding van het hoofd of lichaam, de gezichtsuitdrukking of een onbestemd gevoel dat maakt dat je uit balans raakt. Herken je in de prikkels die de zender uitstraat iets van een eerdere onprettige situatie? Misschien kun je het ook helemaal niet plaatsten waarom je van je stuk bent.

Hoe dan ook, je zult na de opmerking of het voorval een tijdje hiermee bezig zijn en dus niet meer helemaal aanwezig in het nu. Of misschien wel helemaal niet meer aanwezig, afhankelijk van de impact van de ervaring. Soms ook maken we het werkelijk gebeurde onbewust groter dan het was, puur omdat het refereert aan oude pijn of angst. Zo vertrekken we vanuit het hier-en-nu en soms ook helemaal uit het contact met de ander. We zijn even weg. Daar is meestal niets mis mee. Sterker nog, soms is het prima om te onderzoeken wat er met ons gebeurt in het kader van “waar gaat dit nou werkelijk over”, zie ook de nieuwsbrief van mei. (N.B. soms gaat het echter zover dat iemand echt helemaal dissocieert of nog erger, in een psychose belandt, maar daar gaat deze nieuwsbrief niet over.)

Meestal zijn we ons niet bewust dat we ‘even weg zijn’. Toch is het zinvol om er eens op te letten en te onderzoeken op welk soort prikkels je vertrekt en waar je dan heen gaat. En ook hoe en wanneer je weer terug komt in het contact en het nu. Is er een andere prikkel die je weer ‘wakker’ roept, of heb je daar zelf iets in te zeggen. En als je dan weer terug bent, wat doe je er dan mee? Praat je erover, hou je het voor je of adem je eens diep in?
Je kunt het ‘vertrekken’ als richtingaanwijzer gebruiken om te kijken wat er op een diepere laag speelt. Het wijst vaak naar een onverwerkt of oud stuk. Hoe mooi dat ons lichaam dat allemaal aangeeft. Aan ons de kunst om deze signalen op te pakken.

 

Leave a comment »

‘What About Tutoring Instead of Pills?’

Dit artikel bevestigt tenminste mijn opvatting dat veel kinderen worden gediagnosticeerd zonder noodzaak. Prachtig voorbeeld geeft Kagan over zijn eigen stotteren! Het is maar hoe je er tegen aan kijkt en hoe je vindt dat je kind in een kadertje moet passen. Hopelijk draagt dit soort artikelen bij aan de ontspanning van ouders en omgeving over hoe hun kind moet zijn. Minder afwijzing, minder moeten en meer mogen zijn.

Harvard psychologist Jerome Kagan is one of the world’s leading experts in child development. In a SPIEGEL interview, he offers a scathing critique of the mental-health establishment and pharmaceutical companies, accusing them of incorrectly classifying millions as mentally ill out of self-interest and greed.

Jerome Kagan can look back on a brilliant career as a researcher in psychology. Still, when he contemplates his field today, he is overcome with melancholy and unease. He compares it with a wonderful antique wooden chest: Once, as a student, he had taken it upon himself to restore the chest with his colleagues.

He took one of its drawers home himself and spent his entire professional life whittling, shaping and sanding it. Finally, he wanted to return the drawer to the chest, only to realize that the piece of furniture had rotted in the meantime.If anyone has the professional expertise and moral authority to compare psychology to a rotten piece of furniture, it is Kagan. A ranking of the 100 most eminent psychologists of the 20th century published by a group of US academics in 2002 put Kagan in 22nd place, even above Carl Jung (23rd), the founder of analytical psychology, and Ivan Pavlov (24th), who discovered the reflex bearing his name.

Kagan has been studying developmental psychology at Harvard University for his entire professional career. He has spent decades observing how babies and small children grow, measuring them, testing their reactions and, later, once they’ve learned to speak, questioning them over and over again. For him, the major questions are: How does personality emerge? What traits are we born with, and which ones develop over time? What determines whether someone will be happy or mentally ill over the course of his or her life?

In his research, Kagan has determined that how we are shaped in our early childhood is not as irreversible as has long been assumed. He says that even children who suffer from massive privations in the first months of life can develop normally as long as they are later raised in a more favorable environment. Likewise, he has studied how people become human in a certain programmatic way in the second year of life: Their vocabulary suddenly grows in leaps and bounds, and they develop a sense of empathy, a moral sensibility and an awareness of the self.

But Kagan’s most significant contribution to developmental research has come through his examination of innate temperaments. As early as four months old, he has found, some 20 percent of all babies already have skittish reactions to new situations, objects and individuals. He calls these babies “high reactives” and says they tend to develop into anxious children and adults. Forty percent of babies, or what he calls the “low reactives,” behave in the opposite manner: They are relaxed, easy to care for and curious. In later life, they are also not so easily ruffled.

Kagan could have reacted to his finding in a “low-reactive” way by kicking back and letting subsequent generations of researchers marvel at his findings. Instead, he has attacked his own profession in his recently published book “Psychology’s Ghost: The Crisis in the Profession and the Way Back.” In it, he warns that this crisis has had disastrous consequences for millions of people who have been incorrectly diagnosed as suffering from mental illness.


SPIEGEL: Professor Kagan, you’ve been studying the development of children for more than 50 years. During this period, has their mental health gotten better or worse? 

Kagan: Let’s say it has changed. Particularly in poorer families, among immigrants and minorities, mental health issues have increased. Objectively speaking, adolescents in these groups have more opportunities today than they did 50 years ago, but they are still anxious and frustrated because inequality in society has increased. The number of diagnosed cases of attention-deficit disorders and depression has increased among the poor…

SPIEGEL: … you could also say skyrocketed. In the 1960s, mental disorders were virtually unknown among children. Today, official sources claim that one child in eight in the United States is mentally ill.

Kagan: That’s true, but it is primarily due to fuzzy diagnostic practices. Let’s go back 50 years. We have a 7-year-old child who is bored in school and disrupts classes. Back then, he was called lazy. Today, he is said to suffer from ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). That’s why the numbers have soared.

SPIEGEL: Experts speak of 5.4 million American children who display the symptoms typical of ADHD. Are you saying that this mental disorder is just an invention?

Kagan: That’s correct; it is an invention. Every child who’s not doing well in school is sent to see a pediatrician, and the pediatrician says: “It’s ADHD; here’s Ritalin.” In fact, 90 percent of these 5.4 million kids don’t have an abnormal dopamine metabolism. The problem is, if a drug is available to doctors, they’ll make the corresponding diagnosis.

SPIEGEL: So the alleged health crisis among children is actually nothing but a bugaboo?

Kagan: We could get philosophical and ask ourselves: “What does mental illness mean?” If you do interviews with children and adolescents aged 12 to 19, then 40 percent can be categorized as anxious or depressed. But if you take a closer look and ask how many of them are seriously impaired by this, the number shrinks to 8 percent. Describing every child who is depressed or anxious as being mentally ill is ridiculous. Adolescents are anxious, that’s normal. They don’t know what college to go to. Their boyfriend or girlfriend just stood them up. Being sad or anxious is just as much a part of life as anger or sexual frustration.

SPIEGEL: What does it mean if millions of American children are wrongly being declared mentally ill?

Kagan: Well, most of all, it means more money for the pharmaceutical industry and more money for psychiatrists and people doing research.

SPIEGEL: And what does it mean for the children concerned?

Kagan: For them, it is a sign that something is wrong with them — and that can be debilitating. I’m not the only psychologist to say this. But we’re up against an enormously powerful alliance: pharmaceutical companies that are making billions, and a profession that is self-interested.

SPIEGEL: You once wrote that you yourself often suffered from inner restlessness as a child. If you were born again in the present era, would you belong to the 13 percent of all children who are said to be mentally ill?

Kagan: Probably. When I was five, I started stuttering. But my mother said: “There’s nothing wrong with you. Your mind is working faster than your tongue.” And I thought: “Gee, that’s great, I’m only stuttering because I’m so smart.”

SPIEGEL: In addition to ADHD, a second epidemic is rampant among children: depression. In 1987, one in 400 American adolescents was treated with anti-depressants; by 2002, it was already one on 40. Starting at what age is it possible to speak of depression in children?

Kagan: That’s not an easy question to answer. In adults, depression either implies a serious loss, a sense of guilt or a feeling that you are unable to achieve a goal that you really wanted to reach. Infants are obviously not yet capable of these emotions. But, after the age of three or four, a child can develop something like a feeling of guilt, and if it loses its mother at that age, it will be sad for a while. So, from then on, mild depression can occur. But the feeling of not being able to achieve a vital goal in life and seeing no alternative only starts becoming important from puberty on. And that is also the age at which the incidence of depression increases dramatically.

SPIEGEL: The fact is that younger children are also increasingly being treated with antidepressants.

Kagan: Yes, simply because the pills are available.

SPIEGEL: So would you completely abolish the diagnosis of depression among children?

Kagan: No, I wouldn’t go as far as that. But if a mother sees a doctor with her young daughter and says the girl used to be much more cheerful, the doctor should first of all find out what the problem is. He should see the girl on her own, perhaps carry out a few tests before prescribing drugs (and) certainly order an EEG. From studies, we know that people with greater activity in the right frontal lobe respond poorly to antidepressants.

Part 2: ‘Psychiatrists Should Ask What the Causes Are’

SPIEGEL: Should one just wait to see whether depression will go away by itself?

Kagan: That depends on the circumstances. Take my own case: About 35 years ago, I was working on a book summarizing a major research project. I wanted to say something truly important, but I wasn’t being very successful. So I went into a textbook-type depression. I was unable to sleep, and I met all the other clinical criteria, too. But I knew what the cause was, so I didn’t see a psychiatrist. And what do you know? Six months later, the depression had gone.

SPIEGEL: In a case like that, does it even make sense to speak of mental illness?

Kagan: Psychiatrists would say I was mentally ill. But what had happened? I had set myself a standard that was too high and failed to meet that standard. So I did what most people would do in this situation: I went into a depression for a while. Most depressions like that blow over. But there are also people with a genetic vulnerability to depression in whom the symptoms do not pass by themselves. These people are chronically depressed; they are mentally ill. So it is important to look not just at the symptoms, but also at the causes. Psychiatry is the only medical profession in which the illnesses are only based on symptoms …

SPIEGEL: … and it seems to discover more and more new disorders in the process. Bipolar disorders, for example, virtually never used to occur among children. Today, almost a million Americans under the age of 19 are said to suffer from it.

Kagan: We seem to have passed the cusp of that wave. A group of doctors at Massachusetts General Hospital just started calling kids who had temper tantrums bipolar. They shouldn’t have done that. But the drug companies loved it because drugs against bipolar disorders are expensive. That’s how the trend was started. It’s a little like in the 15th century, when people started thinking someone could be possessed by the devil or hexed by a witch.

SPIEGEL: Are you comparing modern psychiatry to fighting witches’ hexes in the Middle Ages?

Kagan: Doctors are making mistakes all the time — despite their best intentions. They are not evil; they are fallible. Take Egas Moniz, who cut the frontal lobes of schizophrenics because he thought that would cure them …

SPIEGEL: … and received a Nobel Prize for it in 1949.

Kagan: Yes, indeed. Within a few years, thousands of schizophrenics had their frontal lobes cut — until it turned out that it was a terrible mistake. If you think of all the people who had their frontal lobes cut, being called bipolar is comparatively harmless.

SPIEGEL: It’s not entirely harmless either, though. After all, children with this diagnosis are being subjected to a systematic change in their brain chemistry through psychoactive substances.

Kagan: I share your unhappiness. But that is the history of humanity: Those in authority believe they’re doing the right thing, and they harm those who have no power.

SPIEGEL: That sounds very cynical. Are there any alternatives to giving psychoactive drugs to children with behavioral abnormalities?

Kagan: Certainly. Tutoring, for example. Who’s being diagnosed with ADHD? Children who aren’t doing well in school. It never happens to children who are doing well in school. So what about tutoring instead of pills?

SPIEGEL: Listening to you, one might get the impression that mental illnesses are simply an invention of the pharmaceutical industry.

Kagan: No, that would be a crazy assertion. Of course there are people who suffer from schizophrenia, who hear their great-grandfather’s voice, for example, or who believe the Russians are shooting laser beams into their eyes. These are mentally ill people who need help. A person who buys two cars in a single day and the next day is unable to get out of bed has a bipolar disorder. And someone who cannot eat a bite in a restaurant because strangers could be watching them has a social phobia. There are people who, either for prenatal or inherited reasons, have serious vulnerabilities in their central nervous system that predispose them to schizophrenia, bipolar disease, social anxiety or obsessive-compulsive disorders. We should distinguish these people from all the others who are anxious or depressed because of poverty, rejection, loss or failure. The symptoms may look similar, but the causes are completely different.

SPIEGEL: But how are you going to distinguish between them in a concrete case?

Kagan: Psychiatrists should begin to make diagnoses the way other doctors do: They should ask what the causes are.

SPIEGEL: The problems you describe are not new. Why do you believe psychiatry is in a crisis at this specific time?

Kagan: It’s a matter of the degree. Epidemiological studies are saying that one person in four is mentally ill. The Centers for Disease Control and Prevention in Atlanta recently announced that one in 88 American children has autism. That’s absurd. It means that psychiatrists are calling any child who is socially awkward autistic. If you claim that anyone who can’t walk a mile in 10 minutes has a serious locomotor disability, then you will trigger an epidemic of serious locomotor disabilities among older people. It may sound funny, but that’s exactly what’s going on in psychiatry today.

SPIEGEL: Do you sometimes feel ashamed of belonging to a profession that you think wrongly declares large parts of society to be mentally ill?

Kagan: I feel sad, not ashamed … but maybe a little ashamed, too.

SPIEGEL: Over 60 years ago, when you decided to become a psychologist, you wanted “to improve social conditions so that fewer people might experience the shame of school failure … and the psychic pain of depression,” as you once put it. How far did you get?

Kagan: Not very far, unfortunately, because I had the wrong idea. I thought family circumstances were crucial to being successful in life. I thought that, if we could help parents do a better job, we could solve all these problems. That’s why I chose to be a child psychologist. I didn’t recognize the bigger forces: culture, social standing, but also neurobiology. I really thought that everything was decided in the family, and that biology was irrelevant.

SPIEGEL: Over time, you’ve come to realize that the bond between a mother and her child is not so important after all.

Kagan: That’s right, though one must remember that the mother’s role was not emphasized until quite recently. Sixteenth-century commentators even wrote that mothers were not suited to looking after children: too emotional, overprotective. But when the bourgeoisie increased in the 19th century, women didn’t have to go out and work anymore. They had a lot of time on their hands. So society gave them an assignment and said: “You are now the sculptress of this child.” At the same time, middle-class children didn’t have to contribute to their family the way peasants’ children did. They were not needed and therefore ran the risk of feeling worthless. But when a child doesn’t feel needed, it needs another sign. So love suddenly became important. And who gives love? Women. Eventually, John Bowlby came along and romanticized maternal attachment.

SPIEGEL: Bowlby, the British psychiatrist, was one of the fathers of attachment theory. Do you consider his hypotheses to be wrong?

Kagan: People wanted simple answers, and they longed for a gentler conception of humanity, especially after the horrors of World War II. This fit the idea that only children who are able to trust their mothers from birth are able to lead a happy life.

SPIEGEL: Anxieties over whether raising children in day care centers could harm them persist to this day.

Kagan: Unfortunately, even though we already disproved this in the 1970s. Nixon was president at the time, and Congress was toying with the idea of national day care centers. Along with two colleagues, I got a big grant to study the effect of day care on a group of infants. The children in the control group were looked after at home by their mothers. At the end of 30 months, we found that there was no difference between the two groups. Nonetheless, to this day, 40 years later, people are still claiming that day care centers are bad for children. In 2012.

SPIEGEL: Professor Kagan, we thank you for this conversation.

Interview conducted by Johann Grolle and Samiha Shafy

Bron: Der Spiegel

Leave a comment »