Ken Robinson zegt dat scholen creativiteit vermoorden

Als we het hele wezen van het kind waarnemen en stimuleren komen er gezondere kinderen met meer diversiteit en creativiteit…

Sir Ken Robinson pleit vermakelijk en zeer bewogen voor een onderwijssysteem dat creativiteit koestert in plaats van ondermijnt

Kijk hier naar de video

Advertenties

Leave a comment »

E-coaching

UvT: ‘E-coaching werkt’

TILBURG – De eerste uitkomsten van een langlopend onderzoek van de Universiteit van Tilburg (UvT) over digitaal coaching zijn positief.

Foto:  Thinkstock

De coachmarkt is een miljardenindustrie, maar er is nog nooit eerder aangetoond dat e-coaching significant bepaalde voordelen biedt.

De UvT kan na de eerste fase van het onderzoek  een aantal voordelen benoemen. Zo komen cliënten door de sociale anonimiteit sneller tot de kern van hun verhaal. Het scheelt van beide kanten tijd, doordat een afspraak maken niet meer nodig is. Ook kunnen cliënten frequenter contact hebben met de coach; dat bevordert het coachingsproces.

Reflectietijd

 Schrijven zorgt automatisch voor reflectietijd. “In een één op één gesprek kan dat minder”, aldus onderzoeker Alexander Waringa. “Want als iemand je een vraag stelt, denk je daar maar heel kort over na voordat je reageert.”

Tot slot is een ander belangrijk voordeel de ‘terugvalpreventiemogelijkheid’, oftewel de optie om het coachingsproces terug te kunnen lezen. 

Gevoel

 Maureen Tieman (34) heeft ervaring met face to face-coaching, maar doet nu mee aan een pilot op een website die speciaal ontworpen is voor digitale coaching. Ze herkent de aangetoonde voordelen, maar plaatst ook een aantekening. “Het is moeilijk om je gevoel uit te leggen. Ik vind het ook lastig om echt te sparren, want dat is makkelijker als je met elkaar in gesprek bent.”

De grootste uitdaging ligt bij de coach, aldus Waringa, die voor coaches een methodiek ontwikkelt om ze bij te scholen. Ze hebben extra vaardigheiden nodig om een goede e-coach te kunnen zijn. “We weten inmiddels dat in e-mailcontact problemen ontstaan doordat mensen elkaar verkeerd begrijpen. Een coach moet daar dus extra alert op zijn.”

Het ‘gevaar’ aan ecoaching is dat je de hele dag je mail ‘refresht’ om in de gaten te houden of de coach al gereageerd heeft. “Maak daar goede afspraken over” adviseert de onderzoeker, “want wachten kan frustrerend werken.”

Toekomst

 Waar dit heen gaat kan Waringa nog niet zeggen. “Het is wel zo dat het niet meer te stoppen is. De jongerengeneratie die alles via internet doet zal niet een op de traditionele manier gecoacht willen worden. Dus over een paar jaar zal het heel normaal zijn.”

In de volgende fase van het onderzoek wordt uitgezocht hoe e-coaching zich verhoudt tot het traditionele coachen.

Bron: Nu.nl

Leave a comment »

Update trainingsdata najaar 2012

De laatste van mogelijkheid dit jaar: de training “In je dak, uit je dak” voor volwassenen met ADD en ADHD, start op 22 september.

Wanneer je zelf een groep van 6-10 deelnemers kunt samenstellen, kan natuurlijk ook in overleg eigen data en plaats gekozen worden.
Als je de training hebt gevolgd kun je deelnemen aan de doorgaande jaargroep, zo kun je je blijven verdiepen.
Voor alle oud-cursisten is het overigens open om de training nogmaals bij te wonen om een verdieping te maken of om een volgend aspect te onderzoeken. Hiervoor krijg je 25% korting op de prijs. Stuur je mail naar info@inzich-t.nl als je hiervoor voelt.
Uiteraard ben je van harte welkom, ook zonder dat je ADD of ADHD hebt, voor een counsellingtraject.
 
Je kunt bij INZICH-T een Familieopstelling doen op aanvraag. Als er zich 2 vraagsteller hebben gemeld, dan organiseer ik in samenspraak een datum, tijdstip en lokatie. Net zo makkelijk en precies zoals het jou uitkomt. 
 
Ook bij INZICH-T is er de mogelijkheid begeleiding via het internet te krijgen. Zowel Skype, mail, chat als telefoon (vaste lijn) is mogelijk. Lees hier een artikel uit nu.nl over E-coaching. Een bijgewoond symposium en diverse literatuur hebben mij overtuigd, zo nu ook de praktijk. Resultaten met huidige cliënten zijn tot nu toe goed. 

Voor meer informatie: www.inzich-t.nl

Leave a comment »

Ben je er of ben je er niet?

In ons dagelijk leven zijn er nogal wat prikkels. Ga maar eens een zaterdagmiddag naar de stad, of kijk een spannende film, of zit eens op een terrasje of voer een gesprek met je lief. Voortdurend krijgen we geluiden, beelden, geuren, non-verbale communicatie en energiën op ons af. Gelukkig maar dat ze niet allemaal binnen komen, we filteren er zelf al heel veel weg. Naast die vuurregen van prikkels van buiten zijn er ook nog de interne prikkels, zoals honger, angst, blijdschap, hoofdpijn, onmacht en allerlei andere sensaties. Daarbij kun je je natuurlijk afvragen, wat was er eerder, de prikkel van buiten of van binnen? Soms is de prikkel van binnen een reactie op de prikkel van buiten. Misschien is dat wel meestal zo, ook al denk je van niet.

Sta er maar eens bij stil wat er in je gebeurt als iemand een opmerking maakt of er iets anders gebeurt waar je door geraakt wordt. Je voelt dat er iets onbenoembaars van binnen verschuift. Is het de stemhoogte, de woordkeuze, de houding van het hoofd of lichaam, de gezichtsuitdrukking of een onbestemd gevoel dat maakt dat je uit balans raakt. Herken je in de prikkels die de zender uitstraat iets van een eerdere onprettige situatie? Misschien kun je het ook helemaal niet plaatsten waarom je van je stuk bent.

Hoe dan ook, je zult na de opmerking of het voorval een tijdje hiermee bezig zijn en dus niet meer helemaal aanwezig in het nu. Of misschien wel helemaal niet meer aanwezig, afhankelijk van de impact van de ervaring. Soms ook maken we het werkelijk gebeurde onbewust groter dan het was, puur omdat het refereert aan oude pijn of angst. Zo vertrekken we vanuit het hier-en-nu en soms ook helemaal uit het contact met de ander. We zijn even weg. Daar is meestal niets mis mee. Sterker nog, soms is het prima om te onderzoeken wat er met ons gebeurt in het kader van “waar gaat dit nou werkelijk over”, zie ook de nieuwsbrief van mei. (N.B. soms gaat het echter zover dat iemand echt helemaal dissocieert of nog erger, in een psychose belandt, maar daar gaat deze nieuwsbrief niet over.)

Meestal zijn we ons niet bewust dat we ‘even weg zijn’. Toch is het zinvol om er eens op te letten en te onderzoeken op welk soort prikkels je vertrekt en waar je dan heen gaat. En ook hoe en wanneer je weer terug komt in het contact en het nu. Is er een andere prikkel die je weer ‘wakker’ roept, of heb je daar zelf iets in te zeggen. En als je dan weer terug bent, wat doe je er dan mee? Praat je erover, hou je het voor je of adem je eens diep in?
Je kunt het ‘vertrekken’ als richtingaanwijzer gebruiken om te kijken wat er op een diepere laag speelt. Het wijst vaak naar een onverwerkt of oud stuk. Hoe mooi dat ons lichaam dat allemaal aangeeft. Aan ons de kunst om deze signalen op te pakken.

 

Leave a comment »

De maskermaker opleiding

Dit najaar ga ik een specialisatieopleiding doen bij Phoenix opleidingen om mij te verdiepen.

Delf mijn gezicht op,
Maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd,
wordt gevonden
en zal zichzelf opnieuw verstaan.
En leven bloot en onomwonden,
Aan niets of niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op,
maak mij mooi.

Huub Oosterhuis

Deze opleiding is een vervolg op de opleiding Systemisch Werken.
Je leert hoe mensen hun maskers maken en hoe verschillende maskerstructuren een eigenheid hebben in het bewonen van het lichaam en in hun energiehuishouding. Je leert wat hun kwaliteiten en vaardigheden en taken in het leven zijn. Welke specifieke levensthema’s spelen rondom de verschillende maskers en hoe de liefdeskwetsuren door het masker bedekt worden. Hoe systeemdynamieken en bindingen spelen bij de verschillende maskerstructuren.

Deze opleiding werkt vanuit drie invalshoeken: systemisch werken, lichaamswerk en energetisch werk. Naast diagnostische invalshoeken leer je in deze opleiding welke interventies bij de specifieke maskers effectief en helend zijn. Het doel is de mogelijkheden van de begeleider te verruimen om thematieken bij de cliënt te herkennen en daar gericht op in te spelen.

Belangrijke aandachtspunten binnen de opleiding zijn:

  • de maskerstructuren, hun specifieke energieën, schaduwwerk en lijfelijke representatie, levensthema’s
  • systemische dynamieken, de betekenis van hun specifieke bindingen en taak
  • lichaamswerk, energetisch werk
  • mannelijke en vrouwelijke energie, overdracht en tegenoverdracht
  • de vorm en de essentie van de maskerstructuren.

Doelgroep

Cursisten die de opleiding Systemisch Werken hebben afgerond. Professionals die zich binnen hun vakgebied als trainer, therapeut of begeleider verder willen ontwikkelen en bekwamen in het toepassen van diagnostiek en het plaatsen van lichaamsgerichte en systemische interventies.
Met nieuwe cursisten die elders opleidingen gevolgd hebben en die willen instromen in deze vervolgopleiding wordt een instroomgesprek gevoerd. Dit gesprek heeft tot doel om de mate van aansluiting op de gewenste vervolgopleiding te onderzoeken.

Inhoud

In deze opleiding wordt de beweging van de incarnatie als rode draad gevolgd in hoe de verschillende maskerstructuren zich ontwikkelen. In tweedaagse blokken wordt gewerkt rondom de verschillende maskers, de verbinding tussen de systemische maskerprincipes en het lichaamswerk, ondersteund door het werken met energie, adem en stem. Je leert om binnen systemisch werk het eigen lichaam als instrument te hanteren en om bij de cliënt lichaamskenmerken op basis van de maskerstructuren te herkennen. Je leert welke maskerkwaliteiten -zowel in jezelf als in de ander – in de schaduw, in het onbewuste blijven en hoe deze als krachtbronnen te gebruiken.

De maskerstructuren die wij onderscheiden zijn:

  • Het schizoïde masker
  • Het orale masker
  • Het symbiotische masker
  • Het psychopathische masker
  • Het masochistische masker
  • Het rigide masker

Onderwerpen die aan de orde komen

  • het lichaam als spiegel: maskerstructuur diagnose en actie
  • het lichaam als poort van de ziel: de manier waarop het lichaam bewoond wordt
  • plek en het versterken van grounding
  • ontwikkelingspsychologie, liefdeskwetsuur en polariteit
  • systemische dynamieken en loyaliteit aan het systeem van herkomst
  • fysieke en energetische kenmerken van de maskerstructuren
  • emotie, cognitie en gedrag van de verschillende maskerstructuren
  • uitreiken/hechting, rouw in relatie tot bonding
  • geven en nemen en het werken met de ademhaling
  • ‘er zijn’ gekoppeld aan oefeningen met de stem
  • maskers en dynamieken, overdracht en tegenoverdracht
  • de principes van de mannelijke en vrouwelijke energie
  • patronen van maskerstructuren in de relatie
  • maskers en hun levensthema’s
  • verraad en verlangen in de relatie

Thema’s als de vroegkinderlijke ontwikkeling, vrouwelijke en mannelijke energie, overdracht en tegenoverdracht komen op bijzondere wijze aan bod

Leave a comment »

De Maskermaker ( het Boek)

De Maskermaker

Wibe Veenbaas / Joke Goudswaard / Henne Arnolt Verschuren.

De Maskermaker gaat over systemisch werk in combinatie met lichaamswerk. Bij het werken met familieopstellingen (constellaties) zijn de karakterstructuren en maskers zowel een diagnostisch instrument als een therapeutische ingang. De achtergrond van de basale levensthema’s waarin mensen kunnen vastlopen wordt belicht en er wordt aangegeven hoe met de bijbehorende blokkades kan worden gewerkt.
De voorbeelden, gedichten en verhalen raken aan de essentie.
De Maskermaker een boek over het landschap van de ziel.

  • De Maskermaker: ISBN 10: 90 78395 01 x€ 49,50

 

Leave a comment »

‘What About Tutoring Instead of Pills?’

Dit artikel bevestigt tenminste mijn opvatting dat veel kinderen worden gediagnosticeerd zonder noodzaak. Prachtig voorbeeld geeft Kagan over zijn eigen stotteren! Het is maar hoe je er tegen aan kijkt en hoe je vindt dat je kind in een kadertje moet passen. Hopelijk draagt dit soort artikelen bij aan de ontspanning van ouders en omgeving over hoe hun kind moet zijn. Minder afwijzing, minder moeten en meer mogen zijn.

Harvard psychologist Jerome Kagan is one of the world’s leading experts in child development. In a SPIEGEL interview, he offers a scathing critique of the mental-health establishment and pharmaceutical companies, accusing them of incorrectly classifying millions as mentally ill out of self-interest and greed.

Jerome Kagan can look back on a brilliant career as a researcher in psychology. Still, when he contemplates his field today, he is overcome with melancholy and unease. He compares it with a wonderful antique wooden chest: Once, as a student, he had taken it upon himself to restore the chest with his colleagues.

He took one of its drawers home himself and spent his entire professional life whittling, shaping and sanding it. Finally, he wanted to return the drawer to the chest, only to realize that the piece of furniture had rotted in the meantime.If anyone has the professional expertise and moral authority to compare psychology to a rotten piece of furniture, it is Kagan. A ranking of the 100 most eminent psychologists of the 20th century published by a group of US academics in 2002 put Kagan in 22nd place, even above Carl Jung (23rd), the founder of analytical psychology, and Ivan Pavlov (24th), who discovered the reflex bearing his name.

Kagan has been studying developmental psychology at Harvard University for his entire professional career. He has spent decades observing how babies and small children grow, measuring them, testing their reactions and, later, once they’ve learned to speak, questioning them over and over again. For him, the major questions are: How does personality emerge? What traits are we born with, and which ones develop over time? What determines whether someone will be happy or mentally ill over the course of his or her life?

In his research, Kagan has determined that how we are shaped in our early childhood is not as irreversible as has long been assumed. He says that even children who suffer from massive privations in the first months of life can develop normally as long as they are later raised in a more favorable environment. Likewise, he has studied how people become human in a certain programmatic way in the second year of life: Their vocabulary suddenly grows in leaps and bounds, and they develop a sense of empathy, a moral sensibility and an awareness of the self.

But Kagan’s most significant contribution to developmental research has come through his examination of innate temperaments. As early as four months old, he has found, some 20 percent of all babies already have skittish reactions to new situations, objects and individuals. He calls these babies “high reactives” and says they tend to develop into anxious children and adults. Forty percent of babies, or what he calls the “low reactives,” behave in the opposite manner: They are relaxed, easy to care for and curious. In later life, they are also not so easily ruffled.

Kagan could have reacted to his finding in a “low-reactive” way by kicking back and letting subsequent generations of researchers marvel at his findings. Instead, he has attacked his own profession in his recently published book “Psychology’s Ghost: The Crisis in the Profession and the Way Back.” In it, he warns that this crisis has had disastrous consequences for millions of people who have been incorrectly diagnosed as suffering from mental illness.


SPIEGEL: Professor Kagan, you’ve been studying the development of children for more than 50 years. During this period, has their mental health gotten better or worse? 

Kagan: Let’s say it has changed. Particularly in poorer families, among immigrants and minorities, mental health issues have increased. Objectively speaking, adolescents in these groups have more opportunities today than they did 50 years ago, but they are still anxious and frustrated because inequality in society has increased. The number of diagnosed cases of attention-deficit disorders and depression has increased among the poor…

SPIEGEL: … you could also say skyrocketed. In the 1960s, mental disorders were virtually unknown among children. Today, official sources claim that one child in eight in the United States is mentally ill.

Kagan: That’s true, but it is primarily due to fuzzy diagnostic practices. Let’s go back 50 years. We have a 7-year-old child who is bored in school and disrupts classes. Back then, he was called lazy. Today, he is said to suffer from ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). That’s why the numbers have soared.

SPIEGEL: Experts speak of 5.4 million American children who display the symptoms typical of ADHD. Are you saying that this mental disorder is just an invention?

Kagan: That’s correct; it is an invention. Every child who’s not doing well in school is sent to see a pediatrician, and the pediatrician says: “It’s ADHD; here’s Ritalin.” In fact, 90 percent of these 5.4 million kids don’t have an abnormal dopamine metabolism. The problem is, if a drug is available to doctors, they’ll make the corresponding diagnosis.

SPIEGEL: So the alleged health crisis among children is actually nothing but a bugaboo?

Kagan: We could get philosophical and ask ourselves: “What does mental illness mean?” If you do interviews with children and adolescents aged 12 to 19, then 40 percent can be categorized as anxious or depressed. But if you take a closer look and ask how many of them are seriously impaired by this, the number shrinks to 8 percent. Describing every child who is depressed or anxious as being mentally ill is ridiculous. Adolescents are anxious, that’s normal. They don’t know what college to go to. Their boyfriend or girlfriend just stood them up. Being sad or anxious is just as much a part of life as anger or sexual frustration.

SPIEGEL: What does it mean if millions of American children are wrongly being declared mentally ill?

Kagan: Well, most of all, it means more money for the pharmaceutical industry and more money for psychiatrists and people doing research.

SPIEGEL: And what does it mean for the children concerned?

Kagan: For them, it is a sign that something is wrong with them — and that can be debilitating. I’m not the only psychologist to say this. But we’re up against an enormously powerful alliance: pharmaceutical companies that are making billions, and a profession that is self-interested.

SPIEGEL: You once wrote that you yourself often suffered from inner restlessness as a child. If you were born again in the present era, would you belong to the 13 percent of all children who are said to be mentally ill?

Kagan: Probably. When I was five, I started stuttering. But my mother said: “There’s nothing wrong with you. Your mind is working faster than your tongue.” And I thought: “Gee, that’s great, I’m only stuttering because I’m so smart.”

SPIEGEL: In addition to ADHD, a second epidemic is rampant among children: depression. In 1987, one in 400 American adolescents was treated with anti-depressants; by 2002, it was already one on 40. Starting at what age is it possible to speak of depression in children?

Kagan: That’s not an easy question to answer. In adults, depression either implies a serious loss, a sense of guilt or a feeling that you are unable to achieve a goal that you really wanted to reach. Infants are obviously not yet capable of these emotions. But, after the age of three or four, a child can develop something like a feeling of guilt, and if it loses its mother at that age, it will be sad for a while. So, from then on, mild depression can occur. But the feeling of not being able to achieve a vital goal in life and seeing no alternative only starts becoming important from puberty on. And that is also the age at which the incidence of depression increases dramatically.

SPIEGEL: The fact is that younger children are also increasingly being treated with antidepressants.

Kagan: Yes, simply because the pills are available.

SPIEGEL: So would you completely abolish the diagnosis of depression among children?

Kagan: No, I wouldn’t go as far as that. But if a mother sees a doctor with her young daughter and says the girl used to be much more cheerful, the doctor should first of all find out what the problem is. He should see the girl on her own, perhaps carry out a few tests before prescribing drugs (and) certainly order an EEG. From studies, we know that people with greater activity in the right frontal lobe respond poorly to antidepressants.

Part 2: ‘Psychiatrists Should Ask What the Causes Are’

SPIEGEL: Should one just wait to see whether depression will go away by itself?

Kagan: That depends on the circumstances. Take my own case: About 35 years ago, I was working on a book summarizing a major research project. I wanted to say something truly important, but I wasn’t being very successful. So I went into a textbook-type depression. I was unable to sleep, and I met all the other clinical criteria, too. But I knew what the cause was, so I didn’t see a psychiatrist. And what do you know? Six months later, the depression had gone.

SPIEGEL: In a case like that, does it even make sense to speak of mental illness?

Kagan: Psychiatrists would say I was mentally ill. But what had happened? I had set myself a standard that was too high and failed to meet that standard. So I did what most people would do in this situation: I went into a depression for a while. Most depressions like that blow over. But there are also people with a genetic vulnerability to depression in whom the symptoms do not pass by themselves. These people are chronically depressed; they are mentally ill. So it is important to look not just at the symptoms, but also at the causes. Psychiatry is the only medical profession in which the illnesses are only based on symptoms …

SPIEGEL: … and it seems to discover more and more new disorders in the process. Bipolar disorders, for example, virtually never used to occur among children. Today, almost a million Americans under the age of 19 are said to suffer from it.

Kagan: We seem to have passed the cusp of that wave. A group of doctors at Massachusetts General Hospital just started calling kids who had temper tantrums bipolar. They shouldn’t have done that. But the drug companies loved it because drugs against bipolar disorders are expensive. That’s how the trend was started. It’s a little like in the 15th century, when people started thinking someone could be possessed by the devil or hexed by a witch.

SPIEGEL: Are you comparing modern psychiatry to fighting witches’ hexes in the Middle Ages?

Kagan: Doctors are making mistakes all the time — despite their best intentions. They are not evil; they are fallible. Take Egas Moniz, who cut the frontal lobes of schizophrenics because he thought that would cure them …

SPIEGEL: … and received a Nobel Prize for it in 1949.

Kagan: Yes, indeed. Within a few years, thousands of schizophrenics had their frontal lobes cut — until it turned out that it was a terrible mistake. If you think of all the people who had their frontal lobes cut, being called bipolar is comparatively harmless.

SPIEGEL: It’s not entirely harmless either, though. After all, children with this diagnosis are being subjected to a systematic change in their brain chemistry through psychoactive substances.

Kagan: I share your unhappiness. But that is the history of humanity: Those in authority believe they’re doing the right thing, and they harm those who have no power.

SPIEGEL: That sounds very cynical. Are there any alternatives to giving psychoactive drugs to children with behavioral abnormalities?

Kagan: Certainly. Tutoring, for example. Who’s being diagnosed with ADHD? Children who aren’t doing well in school. It never happens to children who are doing well in school. So what about tutoring instead of pills?

SPIEGEL: Listening to you, one might get the impression that mental illnesses are simply an invention of the pharmaceutical industry.

Kagan: No, that would be a crazy assertion. Of course there are people who suffer from schizophrenia, who hear their great-grandfather’s voice, for example, or who believe the Russians are shooting laser beams into their eyes. These are mentally ill people who need help. A person who buys two cars in a single day and the next day is unable to get out of bed has a bipolar disorder. And someone who cannot eat a bite in a restaurant because strangers could be watching them has a social phobia. There are people who, either for prenatal or inherited reasons, have serious vulnerabilities in their central nervous system that predispose them to schizophrenia, bipolar disease, social anxiety or obsessive-compulsive disorders. We should distinguish these people from all the others who are anxious or depressed because of poverty, rejection, loss or failure. The symptoms may look similar, but the causes are completely different.

SPIEGEL: But how are you going to distinguish between them in a concrete case?

Kagan: Psychiatrists should begin to make diagnoses the way other doctors do: They should ask what the causes are.

SPIEGEL: The problems you describe are not new. Why do you believe psychiatry is in a crisis at this specific time?

Kagan: It’s a matter of the degree. Epidemiological studies are saying that one person in four is mentally ill. The Centers for Disease Control and Prevention in Atlanta recently announced that one in 88 American children has autism. That’s absurd. It means that psychiatrists are calling any child who is socially awkward autistic. If you claim that anyone who can’t walk a mile in 10 minutes has a serious locomotor disability, then you will trigger an epidemic of serious locomotor disabilities among older people. It may sound funny, but that’s exactly what’s going on in psychiatry today.

SPIEGEL: Do you sometimes feel ashamed of belonging to a profession that you think wrongly declares large parts of society to be mentally ill?

Kagan: I feel sad, not ashamed … but maybe a little ashamed, too.

SPIEGEL: Over 60 years ago, when you decided to become a psychologist, you wanted “to improve social conditions so that fewer people might experience the shame of school failure … and the psychic pain of depression,” as you once put it. How far did you get?

Kagan: Not very far, unfortunately, because I had the wrong idea. I thought family circumstances were crucial to being successful in life. I thought that, if we could help parents do a better job, we could solve all these problems. That’s why I chose to be a child psychologist. I didn’t recognize the bigger forces: culture, social standing, but also neurobiology. I really thought that everything was decided in the family, and that biology was irrelevant.

SPIEGEL: Over time, you’ve come to realize that the bond between a mother and her child is not so important after all.

Kagan: That’s right, though one must remember that the mother’s role was not emphasized until quite recently. Sixteenth-century commentators even wrote that mothers were not suited to looking after children: too emotional, overprotective. But when the bourgeoisie increased in the 19th century, women didn’t have to go out and work anymore. They had a lot of time on their hands. So society gave them an assignment and said: “You are now the sculptress of this child.” At the same time, middle-class children didn’t have to contribute to their family the way peasants’ children did. They were not needed and therefore ran the risk of feeling worthless. But when a child doesn’t feel needed, it needs another sign. So love suddenly became important. And who gives love? Women. Eventually, John Bowlby came along and romanticized maternal attachment.

SPIEGEL: Bowlby, the British psychiatrist, was one of the fathers of attachment theory. Do you consider his hypotheses to be wrong?

Kagan: People wanted simple answers, and they longed for a gentler conception of humanity, especially after the horrors of World War II. This fit the idea that only children who are able to trust their mothers from birth are able to lead a happy life.

SPIEGEL: Anxieties over whether raising children in day care centers could harm them persist to this day.

Kagan: Unfortunately, even though we already disproved this in the 1970s. Nixon was president at the time, and Congress was toying with the idea of national day care centers. Along with two colleagues, I got a big grant to study the effect of day care on a group of infants. The children in the control group were looked after at home by their mothers. At the end of 30 months, we found that there was no difference between the two groups. Nonetheless, to this day, 40 years later, people are still claiming that day care centers are bad for children. In 2012.

SPIEGEL: Professor Kagan, we thank you for this conversation.

Interview conducted by Johann Grolle and Samiha Shafy

Bron: Der Spiegel

Leave a comment »